Posts tonen met het label dries denkt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dries denkt. Alle posts tonen

zaterdag 28 november 2009

Even nadenken

Tijd om nog eens na te denken...

België zou een erg ongelukkig land zijn, wordt me verteld. Niet materieel dan, maar de Belgen zouden emotioneel tot de ongelukkigsten behoren. En waarom zijn we ongelukkig? Een antwoord dat je vaak hoort is: "Wat heeft het allemaal voor zin?" En daar heb je het: wat is de zin van ons bestaan? Wat is de zin van onze acties? We zijn wanhopig op zoek naar de zin van het alles, naar antwoorden. De cursus religie,zingeving en levensbeschouwing die ik dit jaar (verplicht) volg heeft het ook over deze zoektocht naar zingeving. Begin dit jaar was ik sceptisch over dit vak, maar ik moet zeggen dat prof. De Tavernier mijn interesse heeft weten op te wekken. Hij heeft het erover hoe religie die vraag naar zingeving invult en inderdaad, het christendom geeft op een heleboel belangrijke vragen antwoord. En of ze nu juist zijn of niet, het biedt toch maar mooi een soort basis van waarop je je beslissingen kon bouwen. De hedendaagse malaise kan je dan bijna rechtstreeks linken aan het verlies aan geloof in de Belgische gemeenschap. We zijn als het ware verloren schaapjes die geen idee hebben waarnaartoe
Soit, mijn doel is niet prof. De Taverniers visie hier neer te pennen, daarvoor kan je net zo goed naar de Acco. Ik wil alleen even nadenken over de vraag wat de zin van het alles is.
Wel, ik denk uiteindelijk hetzelfde als de meesten denken in deze dagen van wetenschappelijkheid: er is er geen. Geen ene, nada, nops, we zijn hier voor niks en hadden er net zo goed niet kunnen zijn. En tóch zijn we er en, wat nog sterker is, zijn we zó hard op zoek naar de zin van alles.
Ben ik nu verward omdat ik zeg dat we tegelijk beweren dat er geen zin is en toch op zoek zijn naar een zin? Misschien wel, maar volg even mee: ik vermeldde al hoe je vaak dingen hoort als: "Het heeft toch geen zin" of "Wat voor zin heeft het ook allemaal?". Het is misschien wat bij de haren gesleurd, zo'n zinnen zijn er nu eenmaal uit voor je het weet, maar: als het allemaal toch geen zin heeft, waarom maken we ons er dan zo druk in? Waarom ons ongelukkig voelen omdat iets 'geen zin' heeft? Uitspraken zoals de bovenstaande houden duidelijk een verlangen naar een hogere zin in, een doel. We zouden niets liever hebben dan dat, wat we doen, een duidelijke zin heeft. En dat is juist de tegenstrijdigheid die ik wil aantonen: we zijn zo overtuigd dat er geen zin van het leven is en toch zijn we tegelijkertijd zo hard op zoek naar diezelfde zin, hoewel we voordoen hem al te weten.
In mijn kortzichtige visie zijn er twee oplossingen voor deze tegenstrijdigheid, die allebei op hetzelfde neerkomen: kiezen. Je kan ervoor kiezen te geloven in een hogere zin: het antwoord van de religie. Of je kan ervoor kiezen te geloven in géén zin. Maar je door dat feit moedeloos voelen is niet slim. Je hebt mensen die zich door de zinloosheid van het bestaan laten neerdrukken, iets wat volgens mij grotendeels door die tegenstelling komt waar ik het al over had. Vergeef me de belediging, maar je rouwig voelen om dit feit is zwak, het is het teken dat je niet sterk genoeg bent om je eigen zin te kiezen/zoeken. Het verlies van een geloof in een hogere zin gaat gepaard met het verlies van een leider, een vader die je vertelt wat mag en niet. Maar in plaats van depressief te worden van zulke gedachten, probeer het eens op deze manier te bekijken:

Als niets in het leven zin heeft, houdt dat ook in dat niets in het leven géén zin heeft.

of misschien wat duidelijker:

Als niets in het leven zin heeft, is niets fout en is de enige die je zegt wat slecht is jijzelf.

Ik heb het hier dan natuurlijk niet over de kwestie of je iemand mag vermoorden of niet, dat is een heel andere richting uit. Het gaat me hier eerder om hoe je je voelt over dingen die je meemaakt. Wat ik probeer te zeggen is dat je juist moed kan vinden in de zinloosheid van alles. Waarom je slecht voelen als iets niet gaat zoals je plande? Het is niet dat het ook maar iets uitmaakt. Uiteindelijk ben enkel jij het die jezelf vertelt dat je je slecht moet voelen.

En dat is uiteindelijk hoe ik het zie. Momenteel toch, voor hetzelfde geld ben ik volgende week een boeddhist. Maar voorlopig geloof ik dus in het niks en hoe verder ik erover nadenk hoe meer dat op een religie begint te lijken. Want uiteindelijk blijven er veel vragen opgelost. Vragen die ook nog opgelost moeten worden. Op het einde van mijn betoog ben ik vrij dicht bij een puur individualistische visie gekomen. En individualisme is gevaarlijk, daar kan je niet omheen. Wie enkel in zichzelf gelooft lijkt maar een paar stappen verwijderd te zijn van sociopathie en anarchie. Is dat uiteindelijk zo? Kan deze visie overleven in een burgerlijke maatschappij? Leidt hij tot asociaal gedrag? En dat is nog maar het begin van de vragen. Maar daar denk ik een andere keer wel over na.

zaterdag 13 december 2008

Over inspiratie en zinnelijkheid

Soms vragen mensen me wel eens hoe ik precies iets schrijf, hoe ik op het idee kom. Ook Toomas had het op zijn blog onlangs over bloggers en vroeg naar hun persoonlijk verhaal. 
Wel, eigenlijk werk ik misschien wel op een gekke manier. 
Zoals zovele schrijvers moet er natuurlijk eerst inspiratie zijn. Inspiratiebronnen verschillen natuurlijk van mens tot mens. Iets wat mij bijvoorbeeld enorm kan inspireren zijn toneelstukken, musicals, creatieve dingen zoals Prangstgrüp, waar ik al eerder over sprak. Al is dat misschien meer motivatie dan inspiratie: altijd als ik zo'n dingen zie, wil ik zelf iets even geweldigs doen. Daarmee heb je natuurlijk nog geen ideeën voor een verhaal, maar de goesting is er toch al. Echte inspiratie komt meestal van alledaagse dingen: een beeld, een geluid, iets waar je vaak aan denkt.
Om een voorbeeld te geven zet ik hieronder een paar making-off's: de inspiratie die me tot het vernoemde verhaal leidde.

Matteüs 18: een vriend van me die vol trots vertelde dat hij ooit had uitgerekend dat zeven maal zeventig maal wel degelijk 490 was.
Joachim: een grapje op de scouts. Omdat niemand wist hoe een draaicijferslot werkte, dachten we dat er misschien wel een mannetje in zat dat de nummertjes nakeek.
Als ik naar huis fiets op een voorzichtige lentenacht: dit is wel degelijk hoe ik me voel als ik soms naar huis fiets. De grootste inspiratiebron hier was het prachtige beeld dat ik toen kon zien vlak voor ik thuis aan kwam: de boom met lantaarnpaal. Achteraf heb ik er dan ook een (veel minder magische) foto van genomen.
Ridder Dries: Toen ik iemand van m'n zoveelste plan vertelde, vergelijk hij me spottend met een ridder, die steeds op queestes gaat, en dan ook faalt. Eigenlijk heeft hij een beetje gelijk...

En zo kan ik nog voor zovele dingen zeggen waar ze vandaan komen. Maar goed, dit is niet uitzonderlijk, iederéén heeft inspiratie nodig. Wat er bij mij misschien anders is, is de manier waarop die zich uit. Velen hebben misschien meteen een verhaallijn. Ik start met zinnen. Zinnen en een idee. Vaak krijg ik plots een zin in m'n hoofd, een zin waarin meteen een stijl vervat zit en soms ook een verhaal. Veel van de verhalen rond Elias zijn ontstaan rond een vaag idee en een zin. Het is rond deze zin dat ik dan begin te werken om zo te eindigen bij een vaak op voorhand bedachte pointe. 
En dan is 't af. Na wat nalezen natuurlijk.

Om het wat poëtischer te zeggen:
Mijn schrijven is zinnig, mijn denken zinnelijk. 

Onlangs las ik nog een pracht van een zin op de blog van Maarten Inghels (nog zo'n rijkerd met een eigen .be-adres), een jong dichter die reeds z'n eigen dichtbundel uitbracht onder redactie van Gerrit Komrij(!). Eén van z'n projecten draait rond Billy, een jongen die hij in elk verhaal laat sterven.
Soms bestaat zo'n verhaal maar uit één of enkele zinnen, een 'Korte Billy' zoals hij ze zelf noemt.
Hieronder zie je er zo één, prachtig vind ik hem.


Terwijl zijn moeder in een roes van morfine ter verdoving weggleed tot ze uiteindelijk stierf werd Billy met een tang uit haar gehaald, zoals men met een vork een mossel uitlepelt.