maandag 8 juni 2009

Dirk beleeft een avontuur

“Zou het niet machtig geinig zijn om nu naakt door het huis te gaan lopen?”

Dat waren de gedachten die door het hoofd van de tweejarige Dirk schoten. Hij zat buiten in het gras en deed z’n best te doen alsof hij aan het spelen was met z’n nieuwe brandweerwagen. Het was een grote, rode brandweerwagen en elk kind zou er blij mee zijn geweest, maar Dirk niet. Dirk had eigenlijk veel liever een stevige spade gekregen, om zijn opgraafwerken in de zandbak te kunnen voortzetten. Met de plastic schopjes die hij nu had, kon hij onmogelijk de verborgen schatten uit de verhalen ontdekken. Maar dat kon hij natuurlijk niet zeggen, het mens zou vragen beginnen stellen, zelf een deel van de buit willen. Kwam er nog eens bij dat hij voorlopig nog niet zo’n sterke prater was.

“Het zou ongelooflijk grappig zijn… Ik zou ook meteen wat geks kunnen roepen…Ja, wat zal het mens schrikken!”

Er was een tante op bezoek, dat zou het allemaal nog beter maken. Tante Mien, een vreselijk katholiek mens. Dirk verkneukelde zich al bij de gedachte aan het gezicht van de oude vrouw. En wat zou het mens beschaamd zijn! Dat haar eigen vlees en bloed zich zo zonder schaamte blootgaf! Hij zou een rennende herinnering aan de decadente bacchanalen van weleer zijn, een naakte boodschapper van het hedonistische zuigelingenleven. Al dacht Dirk dat laatste natuurlijk niet echt, daarvoor was hij al bij al nog wat jong. Dirk wou vooral eens goed lol trappen.

“Tijd voor actie, Dirk jongen!”

Dirk stond recht, ademde zijn kleine longetjes eens goed vol en begon naar de buitendeur te waggelen. Toen hij binnen aankwam zag hij hoe het mens en de tante naar hem keken. Even bleef hij gewoon staan, voor dramatisch effect. Toen was het tijd. Dirk trok vlot z’n pamper naar beneden, schopte hem in een hoekje, riep “Lossen biegel!” en begon als een gek rond te rennen, nuja, hompelen. Zijn woordkeuze was wat ongeïnspireerd geweest, vond hij, maar in de spanning van het moment had hij nu eenmaal niets beters kunnen verzinnen.

“Dirk, je bent een genie”, dacht Dirk terwijl hij in z’n blote flikker de hoek van de zetel rondde. Giechelend begon hij een tweede toertje in de huiskamer, waarbij hij na twee meter voorover op de grond sloeg, getackled door het tapijt.

Vijf minuten later zat Dirk nog nasnikkend op de schoot van het mens, poedelnaakt en met het schaamrood op z’n kaken, terwijl tante Mien hem “zo'n grappige knul” noemde. “Godverdomme”, dacht Dirk, “was me dat even een kutidee. Nu zit ik hier niet alleen in m’n blote Jan Klaassen op de schoot van dat melkwijf, vond ze de hele mik nog leutig ook. Klerezooi!”. En van zoveel moeilijke woorden te denken werd Dirkje zo moe dat hij prompt in slaap viel.

Einde

vrijdag 5 juni 2009

Ik en haar


Lieve mama,

Ik ben niet naar de kapper geweest zoals je vroeg. Ik weet dat m'n haren lang geworden zijn intussen. Ik weet ook dat er al eeuwen geen model meer in zit. Ik weet zelfs dat nonkel Rik me de laatste tijd stiekem "Driezemina" noemt. Maar toch ben ik niet geweest. Het is ook zo eng! Beeld je even in, moeder:
Maandenlang hebben ik en m'n hormonen er alles aan gedaan om een weelderige haardos te laten kiemen op m'n hoofd. Ik ken elk sprietje sinds het voor de eerste keer kwam piepen aan m'n schedel. Ik heb ze zien opgroeien, hun wortels zien verstevigen, heb ze zich meer en meer richting m'n ogen weten bewegen. Samen hebben we vanalles meegemaakt, moeder, zie je dat niet? Elke haarwortel is als een vriend die dichter bij me wil komen!
En dan zijn er die kappers van je! Met hun scharen en haarsprays willen ze het kortwieken, verkrachten. Ze lachen vriendelijk als je binnenkomt, bieden je (voze) koffietjes aan, of thee. Grotemensendrank. Voor grote mensen die van hun jonge haren afwillen. En dan laten ze je wachten, op stoeltjes bij de andere mensen. En dan wil je de Flair lezen omdat dat leuker is dan de Autowereld, maar dat gaat niet, want je bent een mán! En dan ga je toch die Autowereld eens proberen, maar god, wat is die saai! Dus toch maar die Flair, maar stiekem, zodat niemand het ziet. En snelsnel de pagina's waar een blote vrouw opstaat doorbladeren, want de mensen moesten maar es beginnen denken!
En dan zwijg ik nog over het wassen, mama! Ik dacht dat ik een stevige nek had, een stierennek, maar van zodra ik in dat kommetje lig, smelt die helemaal weg! Dan zwiert m'n hoofd daar alle kanten op, volledig buiten m'n wil! Ik schaam me dood als ze m'n haren wassen en m'n kop weer eens tegen het polyvinyl knalt. Gênant!
En ja, dat knippen, daar wil ik liever niet terug over beginnen. Ik ben er gewoon nog niet klaar voor, mama. Het is te vroeg.
Sorry.

Je lieve zoon,
Dries



Leuk weetje: mensen die een fobie voor kappers hebben kan je vanaf nu aanspreken als keirofoben!
Voor de geïnteresseerden, mijn examen van vandaag ging al goed. Constructiematerialen en Industriële materiaalkunde viel veel beter mee dan verwacht. Voor zij die het examen nog moeten afleggen, een tip: in de samenvatting, die je vindt op www.examenhulp.be kan je makkelijk alle elementen een kleurtje geven door zoeken en vervangen. Het maakt het lange document er niet alleen overzichtelijker op, het hele leren wordt er echt vrolijker van. Want geef nu toe, wie wil er niet op één pagina 7 verschillende kleurtjes zien?

vrijdag 15 mei 2009

Regen

1e dag:
Heverlee werd totaal verrast door de regen. 's Ochtends is het begonnen: onophoudelijk kletterden dikke druppels neer op de straten van de stad. Tegen de middag waren alle wegen al ondergelopen. 's Avonds was Heverlee gereduceerd tot een klein eilandje temidden van water. Gek genoeg is dat eilandje niet het hoogste punt van Heverlee: het is de campus die gespaard is gebleven. Veel overlevenden zijn er niet, enkel zij die toevallig op de campus waren. Allereerst zijn er 30 sportkotters, de enigen die net les hadden. Al de rest is verdronken op de sportvelden. De 30 overlevenden spelen nu waterpolo, daar waar ooit de Alma 3 was.
Naast de sportkotters zijn er ook nog eens 100 bio-ingenieurs, die aan ieder die het horen wil vertellen hoe vruchtbaar het slib van de overgestroomde Voer en Dijle wel niet is en de hele tijd vrolijk van het ene been op het andere hoppen. Bij de burgerlijk ingenieurs, die weeral allemaal les hadden, zijn er nauwelijks slachtoffers. Enkel de mijnbouwkundigen werden zwaar uitgedund, omdat meer dan de helft weeral eens excursie had. De computerwetenschappers zitten nog steeds in de pc-lokalen samen met de informatici en hebben niet eens gemerkt dat het regende.
Er is geen enkel contact meer over met de buitenwereld, gelukkig is er wel nog elektriciteit, maar het valt nog te zien hoelang dat blijft...

2e dag:
Het water dat vandaag uit de kraan kwam was modderig en stonk. Er is nergens drinkbaar water. Daarom zijn de chemisch ingenieurs begonnen met de bouw van een waterzuiveringsinstallatie, om van het regenwater drinkbaar water te maken. De werktuigkundigen en bouwkundigen op hun beurt zijn begonnen met de bouw van een klein huis om zo te proberen de architecten voor zich te winnen. Nu blijkt dat ze wel even afgesloten zullen zijn van de wereld proberen ook de sportkotters de architectenmeisjes voor zich te winnen.
De bio-ingenieurs zijn al de hele dag bezig met het maken van laarzen uit aulastoeltjes en amuseren zich kostelijk. De elektrotechniekers hebben de informatici en computerwetenschappers gevonden in de computerlokalen en zijn ze het nieuws gaan vertellen. Die laatsten zijn even naar buiten gekomen om te kijken, maar gingen snel weer naar binnen met vreselijk verbrande huid toen bleek dat de zon scheen.
De enigen die een uitweg lijken te zoeken zijn de mijnbouwkundigen die hun schepjes hebben bovengehaald en een gang zijn beginnen graven.

3e dag:
Na onophoudelijke lastigvalling hebben de architectenmeisjes zich deze ochtend verschanst in het huis dat de werktuigkundigen en bouwkundigen hebben gebouwd. Overal heerst diepe rouw nu er enkel nog jongens rondlopen. De sportkotters zijn dan maar weer waterpolo gaan spelen. Tegen de middag heeft de generator het opgegeven, een feit dat meteen opgemerkt kon worden door de kreten die weerklonken uit de computerlokalen. Een massale zelfmoordgolf onder computerwetenschappers en informatici heeft ervoor gezorgd dat niemand meer in de buurt van de computerlokalen durft komen.
De bio-ingenieurs kan het allemaal niet zo veel schelen: dolblij lopen ze met hun laarzen in de modder te dabben en plantenzaadjes rond te gooien.

4e dag:

Het huis gebouwd door de ingenieurs is ingestort, samen met alle architecten erin. Bleek dat de funderingen vergeten waren door een afrondingsfout.
Nu er geen meisjes meer zijn, zijn de materiaalkundigen en werktuigkundigen begonnen met de bouw van een vlot in de hoop zo naar Gasthuisberg te kunnen varen, waar de verpleegsters zitten. De chemisch ingenieurs hebben hun waterzuiveringsinstallatie afgemaakt en hebben samen met de elektrotechniekers een nieuwe generator gemaakt op basis van citroenen. Van de mijnbouwkundigen heeft niemand intussen nog iets gehoord. Uit hun tunnel weerklinken af en toe nog holle kreten, maar daar blijft het ook bij.

5e dag:
Sportkot heeft zichzelf uitgeroepen tot koning van de campus. De bio-ingenieurs werden onmiddellijk tot slaaf gemaakt en mogen nu enkel nog citroenen telen, om de elektriciteitsproductie gaande te houden.
De burgerlijk ingenieurs trekken zich niet veel aan van de machtsgreep, ze zijn te druk bezig met het vlot. Dat vordert niet zo, mede doordat alle tabellenboekjes nat zijn geworden van de regen waardoor niemand weet welke schroeven te gebruiken. Want schroeven zijn nodig, zeggen de werktuigkundigen. De materiaalkundigen geraken er ook niet aan uit welk materiaal het best is voor de basis, terwijl de bouwkundigen ook nog altijd hun simulatie van het gedrag van een vlot op water moeten afronden.
De chemisch ingenieurs zijn in opdracht van de sportkotters, die zich wat zwakjes beginnen voelen, begonnen met het synthetiseren van EPO. Een kleine groep van hen is echter in het geheim bezig een springstof te synthetiseren om de sportkotters van de troon te stoten.

6e dag:

De chemisch ingenieurs zijn ontploft.
De generator is ook stilgevallen, omdat de citroenen op waren. De bio-ingenieurs probeerden de sportkotters te vertellen dat citroenen niet op één dag groeien, maar het mocht niet baten: om de citroenen sneller te doen groeien werden 50 bio-ingenieurs geofferd.
In een reactie hierop hebben de materiaalkundigen met de sportkotters gewed dat deze het water niet konden overzwemmen. Vijf minuten later waren alle sportkotters verdronken en kroonden de materiaalkundigen zich tot de nieuwe heersers.
De bouw van het vlot is vastgelopen toen bleek dat er geen profielen R135-a DIN200 voorhanden waren. De werktuigkundigen zitten er wat verslagen bij.
Nu er geen enkele hoop meer is op redding, wordt de situatie wel heel grimmig en het is maar afwachten hoe lang het nog zal duren.

7e dag:
De mijnbouwkundigen zijn weer verschenen uit hun gang. Gewapend met stenen en geslepen schoppen kwamen ze vanmorgen plots tevoorschijn. De bio-ingenieurs, die net de wormen aan het bekijken waren bij de ingang van de tunnel maakten geen schijn van kans. Voor de anderen er iets aan konden doen, werden ze krijsend de tunnel ingesleept. De geluiden die daarna uit de tunnel kwamen deden het bloed in de aderen van de overlevenden bevriezen. De materiaalkundigen probeerden een verdediging te organiseren, maar de elektrotechniekers stierven allemaal aan elektrocutie toen ze probeerden een zwaard onder stroom te maken en de werktuigkundigen werden verpletterd onder een steen toen bleek dat katapulten afstellen moeilijker was dan gedacht. Daarna hadden de bouwkundigen ook niet veel zin meer om nog iets te proberen en werd er beslist liever revolutie tegen de materiaalkundigen te voeren. Drie uur later was het voorbij. Weinigen hebben de slag overleefd en degenen die wel nog leven werpen de hele tijd angstige blikken richting de tunnel van de mijnbouwkundigen. Niemand vertrouwt elkaar nog en iedereen draagt stiekem wapens. Er wordt niet meer gesproken, noch beweegt iemand: alles is provocatie. En zo, met wijdopen ogen en paranoia in het hart, valt Heverlee in slaap.