Posts tonen met het label ridder Dries. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ridder Dries. Alle posts tonen

zondag 8 februari 2009

Skireis: een heldenverhaal


Je kent me, ik sta altijd klaar om een ander te helpen. Zo ook de voorlaatste dag van de skivakantie. Uitgeslapen stond ik aan de deur van Bicgeklik en Hete Zwoele en, aangezien ik toch wat energie over had, bood ik hen aan te helpen met de opruim. Veel was er niet meer te doen, bleek, maar gelukkig was er nog één ding waarmee ik kon helpen: het pedaalemmertje moest dringend geleegd. Dat moesten ze me geen twee keer zeggen. Vlot hief ik het vuilnisvatje op en droeg het naar buiten, op weg naar de gepaste afvalbakken. Recycling draag ik hoog in het vaandel. Na enkele spannende momentjes op de trap in verband met een nogal vlugge Hollander en een wankel emmertje, kwamen we bij de containers. Grote, ronde afvalbakken met een gat in om je vuilnis aldus erin te lozen. Kwiek hief ik m'n pedaalemmertje op en met een snelle beweging van de pols, begon het vuilnis al snel te stromen richting bestemming. Wat bleek nu? In pedaalemmertjes zit een tweede emmertje, geniepig verstopt onder het vuilnis. Voor het gebruiksgemak, zou een verkoper je wijsmaken. Om Driesjes te pesten, zou de ingenieur toegeven. In ieder geval, naast het vuilnis koos ook het verborgen emmertje doodleuk voor een enkeltje vuilnisbelt en daar stond ik dan beteuterd te kijken naar een wit emmertje temidden van een hoop GFT, oude dozen en ander leuks. 
Maar ik zou ik niet zijn als ik daarbij zou blijven stilstaan. Dapper ging ik de berg af, op zoek naar een geschikt hulpstuk om het verloren emmertje terug boven te halen. Een jong boompje was zo vriendelijk om, vrolijk krakend, mij één van z'n groene takjes te ontlenen. Onder het toeziend oog van Bicgeklik en Hete Zwoele ging ik vervolgens in het gat van de container liggen, teneinde met mijn tak het emmertje weer boven te halen. Dit bleek echter niet voldoende, dus even later moest ik met enige schroom aan beide vrouwen vragen mijn benen vast te houden, om mij zo de mogelijkheid te verschaffen nog dieper te penetreren in de diepten van de afvalcontainer. Gelukkig bleken zij sterk genoeg om mijn machtige gewicht aan spieren en botten te dragen en viel ik niet voorover. En het is dan ook zo dat ik, met benen in de lucht geheven en half mijn lichaam in een stinkende afvalcontainer, het witte emmertje en daarmee de waarborg van de twee vermelde jonkvrouwen redde. Na een vriendelijke groet aan wat toeschouwers toog ik weer op weg, op naar een volgende hulpbehoeftige. Zo ben ik, altijd klaar om iemand te helpen

maandag 5 januari 2009

Herenliefde

Ik ben een ridder. Ik rust niet, ik rijd door. Op mijn trouwe ros, Magis X200, zwerf ik door de bossen van de berg Heikant, op zoek naar deernen in nood en hulpbehoevenden. De riddercode is mijn wet, God mijn aanvoerder.

1 januari, ridder Dries zit thuis voor z'n haardvuur. Het is koud in de burcht tijdens de lange wintermaanden, maar het knapperend vuur maakt veel goed. Zijn harnas gloeit zachtjes rood. Terwijl de schildknaap Hans zich bezighoudt met het masseren van de vermoeide voeten van de heer schuift hij even ongemakkelijk wanneer bepaalde plekken van zijn harnas ietwat te enthousiast opwarmen. Heel comfortabel zit de machtige ijzeren wapenrusting niet, maar Dries denkt er niet aan het uit te doen. Een heer moet z'n stand naleven. 
Er zijn echter belangrijker zorgen aan het hoofd van ridder Dries. 19 jaar lang is hij nu al ridder, strijdt hij voor het goede en aanbidt hij God. 19 jaar geleden legde hij zijn eed van trouw af aan God, 19 jaar geleden beloofde hij Hem onvoorwaardelijke trouw. Een heilige, onbreekbare eed... Doch, anders bleek! Op Sylvesternacht, van alle nachten, kwam zij, zomaar, uit het nergens, het leven van de heer in. Om meteen op de zwakheden van de ridder (leuke praatjes, mooie oogjes en schalkse blikken) te beginnen inspelen. "Lieve", noemde ze zichzelf. "Tekenen", dat kon ze goed. Het duurde niet lang of ridder Dries vergat al zijn geloftes.
"Vergeef me heer, want ik heb gezondigd!"
De woorden klinken maar hol als ridder Dries ze uitspreekt. Het is moeilijk bidden tot de Heer als hij aan vrouwe Lieve denkt. Saai bidden ook eigenlijk, denkt hij. Waarom eigenlijk bidden in een duffe kasteelzaal als er zoveel leukere dingen in de wereld zijn? Waarom een Heer aanbidden om te beginnen al? Uiteindelijk is de herenliefde toch nooit zijn ding geweest. Fuck de Heer, hij heeft iets dat massa's beter is nu!
En voordat arme Hans ook maar de tijd heeft gehad om aan de krachtige linkervoet van Heer Dries te beginnen staat de ridder bruusk recht, haalt het kruisbeeld van rond z'n nek en vertrekt. Naar Lieve.

-----------------------------------------------------------------------------------

En voila vake en mama, nu weet ge het ook. Komt ervan wanneer de ouders geen facebook checken. En ja, 't was daarom dat ik vandaag zo dringend naar Leuven moest. Ik heb gezegd!

dinsdag 9 september 2008

Huidprobleempjes

Ik ben een ridder. Ik rust niet, ik rijd door. Op mijn trouwe ros, Magis X200, zwerf ik door de bossen van de berg Heikant, op zoek naar deernen in nood en hulpbehoevenden. De riddercode is mijn wet, God mijn aanvoerder.

9 september 2008. Ridder Dries staat op, laat in de namiddag zoals het een ridder die geen school heeft betaamt. Helemaal uitgerust is hij niet want hij heeft reeds vroeger de bedstee moeten verlaten om zijn trouwe viervoeters Hydra en Amber tot rust te manen. Doch, het deert de ridder niet en na zich gefatsoeneerd te hebben schrijdt hij de trappen af. Echter, wanneer de ridder beneden aankomt bemerkt hij een eigenaardig iets in de grote staande spiegel. Midden op zijn verheven gezicht, vlak naast zijn strenge, ridderlijke neus ontsiert een bobbeltje zijn neusvleugel. Een kleurrijk, welgevormd en ridderlijk bobbeltje jazeker maar toch, het hoort niet. Ridders hebben geen puisten, hoogstens een bad-hair day. "Op naar de medicijnman", buldert de stoere man en met een frivool sprongetje draaft hij weg.
In de kelder van het kasteel heeft de medicijnman zijn hutje. Het is een vies oord, waar allerhande flesjes staan te borrelen naast potten met dode beesten in. De medicijnman is een niet zo betrouwbaar type en men moet goed uitkijken of hij je geen vervallen geneesmiddelen geeft. De ridder heeft het niet zo voor de vieze oude man, maar hij weet dat hij niet zonder de toverkunsten van de kruidenmenger kan. Voorlopig ziet hij zich dus verplicht hem in zijn kelders te gedogen.
Wanneer de ridder binnen komt gedraafd grinnikt de medicijnman even. "Ik zie al waarvoor u komt", kraakt hij,"Laat ik eens even kijken of ik nog wat heb...". Het zint ridder Dries niets deze man verantwoordelijkheid over zijn nobele aangezicht te geven, maar hij kan nu eenmaal niet anders. "Schiet toch op, alsjeblieft", maant hij het voorovergebogen mannetje aan. Het mannetje lijkt helemaal niet op hem te letten en blijft verder in potten graaien onder het mompelen van "Ja, hier zit het ergens, ja, ja..."Plots draait het zich triomfantelijk om, een oud tubetje in zijn handen. Dries denkt het te herkennen: vroeger toen hij nog maar schildknaap Dries was, had hij het ook al moeten opsmeren. "Smeert u maar, m'n beste ridder, smeert u maar!",kraait de medicijnman. Snel grist de ridder het flesje uit de handen van de medicijnman en vlucht weg uit de kelders.
Terug in de badzaal schudt de ridder meteen het hele tubetje leeg op het bobbeltje. Ridders kennen geen mate, enkel effectiviteit. En omdat een ridder nu eenmaal een ridder is, gaat hij daarna zijn krijgskunsten oefenen met Risk. De dag verstrijkt en het avondmaal nadert, dus Dries verheft zich van z'n zitplaats in de ridderlijke tuinen en begeeft zich naar de eetzalen. Doch, er is iets mis, merkt hij. Zijn dienstvrouwen lijken hem allemaal aan te staren en uiteindelijk is het de vranke schildknaap Hans die het zegt: "Heer, u heeft iets op uw neus...". Nee, denkt de ridder, nee, het kan niet! Maar inderdaad, wanneer hij naar zijn majesteitelijke reukorgaan grijpt voelt hij dat het ridderlijke bobbeltje is uitgegroeid tot een reusachtige, op springen staande (maar nog steeds erg majestueuze) huidból! De medicijnman heeft hem beetgenomen! "Vervloekt zijt gij, gij duivelskunstenaar!", buldert de ridder en hij grijpt naar zijn zwaard. Hij rent naar de kelder en bonst de deur van het schamele hutje open. "Waar haalt gij het lef vandaan mij zo te misleiden?", buldert hij. De medicijnman is bang weggekropen in een hoekje van zijn luizige vertrekje en probeert wanhopig nog dieper weg te zakken in een hoop groenig zand. "Vergeef me ridder", schreeuwt hij, "ik wist het niet!"
Maar de medicijnman ziet hoe ridder Dries zijn zwaard hoog boven zich optilt om het dan met een zwiep te laten ronddraaien. En voor de verbaasde ogen van de medicijnman botst het bolletje neer dat zonet nog op de neusvleugel van de ridder had vertoeft. "Dank u heer, u bent te goed!", wil de medicijnman nog roepen, maar de ridder was al weer vertrokken. Zijn neus gaan ontsmetten, want het deed toch maar verdomd veel zeer.

woensdag 20 augustus 2008

Soms ben ik een ridder

Ik ben een ridder. Ik rust niet, ik rijd door. Op mijn trouwe ros, Magis X200, zwerf ik door de bossen van de berg Heikant, op zoek naar deernen in nood en hulpbehoevenden. De riddercode is mijn wet, God mijn aanvoerder.

Woensdag 20 augustus 2008. Ridder Dries schrijdt door de lange hallen van zijn kasteel. Vermoeid denkt hij terug aan de vele queestes uit het verleden. Velen ervan zijn mislukt, zoals het bij een schaak- en gezelschapsspelen club gaan. Maar dat is niet erg, ridder Dries is een man van woorden, niet van daden. En al bij al zijn dat soort dingen geen riddermateriaal, een ridder is geen nerd. Maar een nieuwe queeste heeft zich intussen opgedrongen aan onze held. Het nieuwe jaar komt eraan, dus zit hij met een probleem: het wordt tijd om een sport te gaan doen. Een ridder moet ook aan zijn fysiek denken. De ridder zit vol ideeën en vertelt ze vol overgave aan zijn trouwe verwanten:
bij een improvisatieclub gaan
hiphopdansen, maar niet het meisjesachtige, het coole, voor ridders
tennissen
kung fu
En niet te vergeten: parkour.
Maar ach, onze ridder wordt niet begrepen door zijn familie. Edoch, een queeste is een queeste, dus haast hij zich naar buiten, alwaar de dappere man parkour zal leren. Op zijn eentje. Een ridder kan dat. "Aanschouwt mij ende zijt verbaasd", schreeuwt hij, waarop hij zich van het muurtje in de tuin stort en in een oorverdovend geraas van klengelend ijzer neerkomt. "Een beginnersfoutje, meer niet!", schreeuwt hij nogmaals en daar gaat hij al weer. Ditmaal kiest de ridder voor het gras onder het bergje in zijn kasteelhof en met een woeste schreeuw springt hij naar benee. Gefaald, wederom, maar nog brengt het hem niet van z'n stuk. Met gedeukte borstplaten en een akelig spannend kuras rolt en rolt hij.
Dan besluit onze held het weer wat hogerop te wagen. Van de berghelling springt hij, rolt hij, de perfectie nabij, tot daar plots hetgeen gebeurt dat er al lang onvermijdelijk zat aan te komen: Hydra, de trouwe viervoeter van de heldhaftige ridder, beslist dichter bij haar meester te komen. Een voet raakt haar vol in de rug, waarop Dries zich genoodzaakt ziet te stoppen. Voorlopig moet deze ridder even rusten. Maar morgen is er weer een dag, en daarna weer een.
Beeft wereld, beeft, want ridder Dries rolt in zijn tuin!