dinsdag 12 augustus 2008

In Danone is geen plaats voor fouten

Gisteren kreeg ik telefoon van een vriendelijke dame van ManPower. Ik mocht gaan werken bij Danone! Geinig, geinig, geinig, dacht ik. Dus ik deze morgen om 5.45 als een veer uit m'n bed gesprongen, nog een beetje overgebleven verjaardagstaart - schaamt u, degenen die 10 augustus vergeten, schaamt u diep! - gegeten en met een broodtrommeltje, gevuld met m'n boterhammetjes met kaas en salami voor 's middags, naar het Danone-complex geracet. Eenmaal daar eengekomen mocht ik al meteen de toer van het gebouw maken om bij de fietsenparking te komen, ik mocht me zelfs een stuk of 3 keer kenbaar maken als géén terrorrist zijnde!
Maar goed, dat was allemaal nog niet het beste stukje. Jaja, het wordt spannender!
Eenmaal binnen keek de verantwoordelijke es goed naar mij en ik zag hem gewoon denken: die geef ik een belangrijk taakje. Geen wonder dan ook dat ik mocht checken of de dekseltjes wel goed op de potjes Danio zaten. Met een brede grijns en een opgezette borst kwijtte ik me dan ook van m'n taak: doosje per doosje nauwkeurig inspecteren en moord en brand beginnen schreeuwen als er een dekseltje ontbrak zodat iedereen goed wist wie er waar fouten had zitten maken. In een bedrijf als Danone is geen plaats voor fouten. En ze hadden er goed aan gedaan mij die eruit te laten ziften. Al snel was dit werk gedaan en nadat de rondgeslingerde potjes Danio waren verwijderd - soms was er meer dan schreeuwen nodig om m'n punt duidelijk te maken - zette de verantwoordelijke me aan het werk in een hoge sector.
Wegens mijn hoge betrouwbaarheid mocht ik nu zelfs met geld omgaan. Kortingsbonnen plakken op potten Vitalinea 0% , dat laat je niet door iedereen doen. Er passeerde wel 500€ aan korting door deze handjes en niets heb ik gestolen, niets! Dat was heel wat Vitalinea 0% geweest hoor! Maar goed, ik plakte lustig kortingetjes op de potjes, terwijl ik voelde hoe de rest afgunstig naar me keek. De pottentoedoeners en de checkers, de vorkliftrijders, de etikettenplakkers. Gepeupel.
Al snel was het echter pauze en tot mijn grote vreugde was er een ruim GRATIS assortiment Danone-productjes voorhanden voor de hongerige werknemer! Onder het slaken van zachte gilletjes ben ik dan ook een proefmarathon begonnen, van Danette Speeltijd tot Actimel Kersensmaak. Met een glaasje water en een verzaligde glimlach.
Goed, mooie liedjes duren niet lang en al gauw stond ik weer aan m'n kortingsbonnen. Gelukkig had ik ze nageteld zodat ik kon zien dat er eentje van de 572 verdwenen was! Ik haalde er meteen de verantwoordelijke bij, die me vervolgens koeltjes wees op het bonnetje aan m'n voet. Ietwat beschaamd heb ik dat dan rap weggeplakt, maar volgens mij heb ik toch m'n devotie laten zien, want even later werd ik weer gepromoveerd. Tot Actimelknijper! Wat een eer, wat een eer, ik zat weer in de foutensector! Ik kreeg doosjes Actimel aangereikt die ik aan stukken mocht rijten om vervolgens in de flesjes te knijpen en zodoende slecht vastgemaakte dekseltjes op te sporen. Er was me gezegd dat het niet heel hard hoefde, maar "In Danone is er geen plaats voor onzekerheid" zei ik, waarop ik keihard in een potje Actimel Aardbei kneep, om zo aan te tonen dat beter de werknemer naast me vol Actimel hing dan een gewone klant. Die bepaalde collega had achteraf wat extra overtuigingskracht nodig om mijn actie te begrijpen, maar nadat ik het hem nog een paar keer had getoond begreep hij de noodzaak van stevige potjes Actimel en respect voor je medewerker. Alsook het belang van een droge broek, want 5 flesjes Actimel drogen zo snel niet.
Nu goed, na al het vrolijk rondrennen met lekke flesjes Actimel om er de foutenmaker mee op z'n gebreken te wijzen, kwam er uiteindelijk een einde aan de dag. En daar stopt voorlopig mijn Danone-avontuur.
Maar als het van mij afhangt ga ik terug.
In Danone is plaats voor mij.

donderdag 10 juli 2008

Als ik naar huis fiets op een voorzichtige lentenacht






















Als ik naar huis fiets op een voorzichtige lentenacht
Dan hangt er in de lucht
een belofte op sterren
De nacht geurt naar schoonheid
Her en der doorspekt met houtvuur

Mijn fiets kraakt en piept, maar ik hoor het niet
In m'n oren fluisteren zangers uit vervlogen tijden
liedjes die het lelijke overstemmen
En ik neurie zachtjes mee
Want niemand hoort me

Er zijn geen auto's op de weg
en rondom me is er enkel het oker van de straatlantaarns
dat alles tot een foto maakt
Een sepia-afdruk van een wereld
heel anders dan die van overdag
een stomme film waar ik even in figureer
Passerende fietser, nu

En enkel jij in m'n hoofd
Jij, jouw, je hele, volmaakte gij
en ik
Hoe we hier samen konden liggen in deze
nacht net koud genoeg
om bij elkaar warmte te zoeken



maandag 7 juli 2008

Rock Werchter 2008

Vier dagen loeiharde muziek, schaars geklede mensen, de geur van verschaald bier en pis met schakeringen van oriëntaalse en binnenlandse keuken, Rock Werchter, het stond er weer!
Omdat dit festival voor ons arme studentjes steeds duurder wordt, greep ik dit jaar dankbaar de kans om als medewerker aan de slag te gaan. Met de scouts nam ik nu eens plaats achter tapkraan, dan weer achter kassaraampje en pikte ik hier en daar wat optredens mee. Een paar eerste indrukken van de voorbije 4 dagen:

De toiletten
Iedereen die al es op Werchter geweest is kent het: het Dixie-doolhof. Honderden port-o-potties opgezet in een heus minidorpje, enkel en alleen gewijd aan het ontlasten van de mens! Iedere keer weer maakt dit excretie-paradijs een diepe indruk op me. Wie hier zijn gevoeg doet, voelt zich één met het festival, de pot als het ware een soort poort naar het hogere begrip. Hier komt een kakker tot rust.
Maar er is een addertje. In dit fecale rustoord kakt men niet helemaal ongestoord, er is namelijk het papier... Elke ervaren kakker kent het papier, zijn noodzakelijkheid, zijn heerschappij over de schijtende medemens, zonder hem zijn we niets. En vooral in Werchter laat de heerschappij van het papier zich maar al te goed voelen. Je krijgt er namelijk geen rolletje op de pot, zoals de gewoonte is in Rotselaar, in de plaats daarvan staan aan de ingang een paar vriendelijk glimlachende meisjes in medewerkersoutfit klaar om ieder bezoeker te voorzien van het nodige tissue. Glimlachende meisjes zijn over het algemeen ok, op het merendeel van de plaatsen zie ik ze zelfs graag komen, maar bij het toilet?! Om het met de woorden van Coupling-personage Steve te zeggen: doorheen de jaren zijn mannen steeds verder verdrongen door vrouwen tot al wat we nu nog over hebben: het toilet. Als de man kakt, is hij op zijn gemak. Hier is de man op z'n meest kwetsbaar.
Misschien moet ik dit even verduidelijken met een voorbeeld: na een stevige oesterschotel (nieuw op Werchter dit jaar!) en een stuk of wat pintjes voel je het binnen in je buik borrelen: tijd voor een bezoek aan Dixiedorp! Voor je gaat moet je natuurlijk dus je papier gaan ophalen. Moeilijk in te schatten hoeveel je nodig hebt, dus neem je misschien maar beter ineens genoeg? Het toiletrolmeisje kijkt je glimlachend aan terwijl je wc-papier afrolt. En blijft rollen. En blijft rollen. Misschien moet je een mopje maken om de sfeer te verzachten? "Jaja, dat festivaleten he", breng je er ietwat onhandig uit. Oh jee, slecht idee, nu lijk je helemaal een acute diarreelijdende stinkerd! Had je maar van die oesters afgebleven! Wat ongemakkelijk glimlachend nu kijkt het toiletrolmeisje hoe je haastig verder blijft rollen. Blozend vertrek je uiteindelijk met het kluitje papier (veel minder dan je eigenlijk wou) stevig in de hand geklemd.
Een eerste hindernis zijn we intussen voorbij.
Maar hier houdt het niet op! Schueremans vond waarschijnlijk dat enkel de dappersten aller mannen mochten kakken, dus bedacht hij nog een list: het is onmogelijk te zien of een kotje op slot is of niet! Een klein obstakel natuurlijk, maar toch zit je ietwat ongemakkelijk op de pot, omdat je twijfelt of je je hokje nu eigenlijk wel écht op slot hebt gedaan. Als je het langs buiten al niet ziet, hoe weet je het dan zeker aan de binnenkant?!
Maar goed, uiteindelijk gebeurt wat moet gebeuren. 500 gram later komen we aan bij het laatste stadium van het bezoek. En nu worden we geconfronteerd met de fouten van onze oorspronkelijke keuzes. Dat stevige kluitje papier slinkt verbazingwekkend snel, veel sneller dan zou mogen! Rantsoeneren!!! Steeds minder velletjes per keer, steeds meer keren plooien en steeds maar bidden dat je toekomt, het is zweten in de Dixies. En dan gebeurt het ondenkbare: het laatste velletje dient zich aan, maar volstaat niet... Wat nu? De mens is inventief dus gaan we op zoek naar iets bruikbaars. Zolang mogelijk probeer je de gedachte weg te houden, maar uiteindelijk kan je er niet omheen. Die vuile (van schoenen, laat het alsjeblief modder van schoenen zijn!) velletjes op de grond zijn de enige optie van de man zonder papier.
Ziet u nu, beste lezer, het gevaar van het op voorhand kiezen van papier? Het Dixiedorp is een oord van rust en zen, maar wordt geplaagd door de vreselijke tirannie van het toiletpapier...

Bellen blazen

Je ziet het steeds vaker tegenwoordig: mensen met bellenblazers. Op festivals of soms zelfs gewone fuiven kan je ze ineens bellen zien blazen. Sfeerscheppen, heet dat. Nou, misschien ligt het aan het feit dat de eerste mensen die ik dit zag doen, nu niet meteen m'n beste vrienden waren, maar persoonlijk heb ik het echt niet voor dit gebruik. Als kind kan je bellen blazen zoveel je wil, of zelfs als je groter bent, op je alleentje, als er niemand kijkt, mij een zorg, maar laat ze alsjeblieft thuis als je naar Rock Werchter komt. Zeker als je ouder dan 40 bent. Jonge pubertjes ok, doen jullie maar, speciaal doen is nu eenmaal jullie wens. Maar zaterdag zag ik een dame van ver boven de 40 belletjes blazen en echt, het was geen zicht. Een overjaarse hippie met een kinderspeelgoedje.
Nu wil ik niet helemaal negatief doen: op zich zijn die zwevende belletjes wel leuk om zien, maar ik weet niet waarom, ik kan het echt niet zien: mensen van boven de 15 met een bellenblazer, het spijt me, ik kan jullie moeilijk uitstaan.

Misschien ben ik wat te hard, maar goed, een gematigd bericht is een saai bericht

Zatte mannen
Zoveel als ik bellenblazers veracht, zo cool vind ik de typetjes die je altijd ziet rondlopen op Werchter. Speciale vermelding dit jaar voor de man in wielertrui die, als je de gitarist van een optredende groep niet kon zien, met graagte z'n plaats verving. Misschien was hij dronken, misschien stoned, in ieder geval, de kale man speelde luchtgitaar voor eenieder die het zien kon.
Wie zagen we nog? Een dikke streaker, die vrolijk juichend door een uitgelaten menigte hoste (wat zou er toch van de jolige dikkerd geworden zijn intussen?), een heleboel deernes in netkousen en ander ondergoed, geschilderde mensen, gemaskerde mensen, een Hollander die me elke keer vroeg of het ging regenen,...
Dát is sfeerschepping!



En dit noem ik dan het einde van deel 1. Vier dagen, da's veel gebeurtenissen, waar ik veel over kan zeggen. Misschien bespreek ik de muziek zelve nog of iets heel anders, we zien wel. Voorlopig iedereen een goede vakantie toegewenst.